Dit is wél Nederland

In de media, reacties op de gewelddadige demonstratie van 20 september in Den Haag:

“Het waren geen demonstranten, maar hooligans.”
“Het komt door de verharding van de omgangsvormen in de politiek.”
“Een paar mensen verpesten het voor de groep die wél normaal wil protesteren.”

Maar nergens aandacht voor de mensen voor wie deze dag werkelijk angstaanjagend moet zijn geweest: vluchtelingen en Nederlanders met een migratieachtergrond. De bijeenkomst die door extreemrechtse organisaties en mensen werd georganiseerd, was er één van onverdraagzaamheid en haat tegen gemarginaliseerde groepen. De mensen die we op het Malieveld en in de Haagse binnenstad zagen huishouden, zijn niets minder dan de knokploegen van politici die dag in dag uit racisme, moslimhaat, zondebokpolitiek en rechtsstaatondermijning normaliseren.

En toch? Burgemeester Van Zanen noemde het “Nederland onwaardig”. Maar is dat zo? Of laat het juist zien wat Nederland op dit moment ís – en wat we met ons stemgedrag van dit land hebben gemaakt?

Eersterangs- en tweederangsburgers

Een witte Nederlander mag blijkbaar een massaprotest tegen asielzoekers optuigen en dat volledig laten escaleren. Je mag met de Prinsenvlag van de NSB zwaaien, de Hitlergroet brengen, de Holocaust ontkennen, moslimhater zijn en agenten aanvallen. Daarna krijg je via snelrecht een taakstraf en hoor je politici zeggen dat je daden “niet politiek” zijn. Maar als je een migratieachtergrond hebt, ben je al verdacht vóórdat je iets zegt. Wie zich uitspreekt tegen oorlogsmisdaden en genocide, wordt onmiddellijk weggezet als extremist of antisemiet. Rechtse partijen wringen zich in bochten om extreemrechts geweld niet te benoemen, maar stempelen gemarginaliseerde groepen en hun bondgenoten wél razendsnel weg als gevaarlijk of zelfs als “terroristisch” met het goedkeuren van het bestempelen als de antifascisten als terroristen.

Het systeem voedt extreemrechts

We horen vaak: “Dit is niet Nederland.” Maar dat is een gevaarlijke leugen. Extreemrechts geweld is geen incident. Het is systemisch.

  • Politiek – racistische frames zijn mainstream geworden; tweederangsburgerschap en omvolkingstheoriën zijn genormaliseerd.

  • Cultuur – xenofobe en inmiddels ook antidemocratische retoriek wordt breed geaccepteerd, met nauwelijks sociale consequenties.

  • Sociaal-economisch beleid – voorzieningen steeds vaker “voor eigen mensen eerst”; anderen systematisch uitgesloten.

  • Internationale politiek – extreem-rechts domineert steeds vaker en gebruikt conflict om democratie af te breken.

  • Big Tech – digitale platforms versterken en monetariseren polarisatie en chaos.

De vraag die blijft?

De vraag is dus niet of dit “Nederland onwaardig” is.
De vraag is hoeveel er nog moet gebeuren voordat we erkennen dat dit wél Nederland is – en hoeveel vrijheid en gelijkwaardigheid er al verloren is tegen de tijd dat we dat eindelijk durven toe te geven.

Ga naar de inhoud